Minder verloop door flexibel werken

21 januari 2014, Rotterdam

Wil je minder verloop in je organisatie? Flexibel werken is de oplossing.

Minder verloop door flexibel werken
Dit is de conclusie van een enquête dat Regus uitvoerde. Regus is internationale aanbieder van werkplekken.

Toptalent werven en behouden

Robbert Klaassen, commercieel directeur van Regus: “Flexibel werken is niet alleen goedkoper dan werken op een vaste werkplek, het is ook nog eens aantrekkelijker omdat het minder stress en een betere verhouding tussen werk en privé oplevert. Dit geldt niet alleen voor bestaande, maar ook voor toekomstige medewerkers. Flexibel werken is dus een goedkope oplossing om toptalent te werven en behouden. Het is opvallend hoe mainstream het voordeel van flexibel werken is geworden. Veel ondervraagden geven aan een baan te kiezen op basis van flexibiliteit.”

“Toptalent aannemen en behouden is een prioriteit voor succesvolle bedrijven, maar niet alle bedrijven kunnen grote bonussen of topsalarissen bieden en toch concurrerend blijven. Het tegengaan van personeelsverloop is ook belangrijk om kosten voor wervingsbureaus en het opzetten van lastige sollicitatieprocessen te vermijden.”

Balans werk en privé

Esther Wiersema van Wiersema ǀ Pos Advies en Training, werkt vanuit Regus Amersfoort Station2Station: “Door flexibel werken kun je meer invloed uitoefenen op de balans tussen werk en privé. Je kunt zelf de werktijden bepalen en inplannen waar je werkt en waar je afspreekt. Ik ben van mening dat je door deze flexibiliteit loyaler bent naar de werkgever toe en meer toe te voegen hebt. Door de huidige arbeidsmarkt is er op het moment minder ruimte voor werknemers om flexibel werk te kunnen afdwingen, terwijl vanuit de werkgeverskant juist meer flexibiliteit van de werknemer verwacht wordt.”

De enquête

In de enquête zijn meningen van meer dan 20.000 senior executives en bedrijfseigenaren uit 95 landen opgenomen.
Uit de enquête blijkt verder dat:
72% van de ondervraagden meent dat flexibel werken medewerkers loyaler maakt;
62% van de werkenden een baan zal afwijzen wanneer flexibel werken niet mogelijk is;
53% langer bij de vorige werkgever zou zijn gebleven als er mogelijkheden waren geweest voor flexibel werken.
Lees ook: ‘In 2014 recht op flexibel werk’ en ‘Flexibel werken belangrijker dan werkinhoud’

Bron: Regus en P&OActueel

Cao-lonen stijgen al boven gemiddelde 2013 uit

15 januari 2014, Rotterdam

Het komt nog lang niet in de buurt van de looneis van 3 procent die de FNV heeft gesteld, maar toch worden in cao’s alweer hogere lonen afgesproken. Want in 11 cao’s die dit jaar zijn ingegaan, hebben vakbonden en werkgevers een afspraak gemaakt waardoor de lonen gemiddeld met 1,66 procent stijgen.

Dat stelt werkgeversvereniging AWVN in zijn maandelijkse voortgangsrapportage over de ontwikkelingen in de cao-onderhandelingen. AWVN is de belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van werkgevers.

Gemiddelde loonafspraak +1,29 procent

Alle tot dusver gemaakte loonstijgingsafspraken voor 2014 bedragen gemiddeld 1,29 procent. Maar voor geheel 2014 verwacht AWVN een iets sterkere stijging van de cao-lonen dan in 2013, onder meer als gevolg van berichten over het aantrekken van de economie.

Wel zullen er grote verschillen zijn tussen economische sectoren. In 2013 werd al een sterk onderscheid zichtbaar tussen exportgerichte sectoren (veelal industrie) en op de binnenlandse markt gerichte sectoren (vooral dienstverlening en overheid gerelateerd). In exportgerichte sectoren werden afgelopen jaar relatief veel 2-procentstijgingen overeengekomen, terwijl voor andere sectoren 0 en 1 procent de norm vormde.

Lonen laten stijgen met arbeidsproductiviteit

De werkgeversvereniging voorziet verder dat in steeds meer cao’s loonstijgingen direct gerelateerd worden aan afspraken over stijging van de arbeidsproductiviteit. Daarnaast wordt ruimte voor loonstijging gevonden door verschuivingen binnen het bestaande arbeidsvoorwaardenpakket, bijvoorbeeld door verlaging van de pensioenpremie voor werkgevers of afbouw van bovenwettelijke vakantiedagen.

Bron: P&OActueel

Aandachtspunten per 1 januari 2014 voor de HR-Manager

7 januari 2014, Rotterdam

Wat de wetgever voor uw hr-manager en u in 2014 kant-en-klaar op de plank heeft liggen, is nog maar deels bekend. Een aantal belangrijke zaken op het gebied van wet- en regelgeving is echter al gepubliceerd en ingegaan per 1 januari.

Loonadministratie

• AOW-leeftijd
In 2014 is de AOW-leeftijd 65 jaar en twee maanden.

• Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting (jonger dan 65 jaar) is verhoogd met 102 euro. Voor inkomens boven 19.645 euro is de algemene heffingskorting geleidelijk verlaagd met maximaal 7.437 euro bij een inkomen vanaf 58.000 euro.

• Subsidieregeling praktijkleren
De afdrachtvermindering onderwijs is per 1 januari 2014 afgeschaft en vervangen door de (uitgeklede) subsidieregeling praktijkleren.

• Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting is van 1.723 euro in 2013 naar 2.097 euro (+ 374 euro) verhoogd. De arbeidskorting voor inkomens is vanaf 81.000 euro verlaagd van 550 euro naar 367 euro.

• Stamrechtvrijstelling
Per 1 januari 2014 is de stamrechtvrijstelling geheel afgeschaft. Voorzover voor deze datum een beroep op de stamrechtvrijstelling rechtsgeldig gedaan is, wordt dit gerespecteerd. Meer over de afschaffing van de stamrecht-bv leest u in de berichten Afkoopregeling stamrecht-bv aangepast en Coulance ontslagdatum stamrecht-bv.

• Werkbonus
De werkbonus vormt per 1 januari 2014 onderdeel van de loonheffingskorting (maatregel uit de Fiscale Verzamelwet 2013).

• Premiekorting jongere werknemer
Werkgevers kunnen een premiekorting toepassen als zij een uitkeringsgerechtigde jongere in dienst nemen. De regeling treedt in werking per 1 juli 2014, maar zal met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014 worden toegepast.

• Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)
Per 1 januari 2014 betalen werkgevers ook een gedifferentieerde premie voor zieke of arbeidsongeschikte werknemers met een tijdelijk contract. Tot die datum deden zij dat alleen voor werknemers met een vast contract. Deze premiedifferentiatie leidt tot een aantal verschuivingen in de financiering van uitkeringen uit fondsen in 2014. Alle gedifferentieerde premies worden betaald uit de Werkhervattingskas (Whk).

Overige wijzigingen

• Rapport arbeidsdeskundige
Vanaf 1 januari 2014 ontvangen werkgevers het rapport van de arbeidsdeskundige, als een werknemer een WIA- of Ziektewetuitkering aanvraagt. Dit rapport vermeldt wat de arbeidsmogelijkheden van de werknemer zijn. Doel van deze maatregel is dat werkgevers inzicht krijgen in welke werkzaamheden de werknemer nog in staat is uit te voeren. Het rapport vermeldt niet wat de aard van de ziekte of de oorzaak van de beperkingen is.

• Gecombineerde vergunning werk en arbeid
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Gecombineerde vergunning werk en arbeid. Dit voorstel combineert de verblijfs- en de tewerkstellingsvergunning. Hierdoor hoeven werkgevers slechts één vergunning aan te vragen voor arbeidsmigranten, die in Nederland komen wonen en werken. Naar verwachting treedt de wet begin 2014 in werking.

• Kortere TWV
Per 1 januari 2014 is een tewerkstellingsvergunning (TWV) van UWV nog maar één jaar geldig in plaats van drie jaar. Werkgevers moeten daarnaast elk jaar opnieuw aantonen, dat zij binnen Nederland en andere landen in Europa geen geschikte kandidaten hebben kunnen werven. Als een werkgever het werk van de arbeidsmigrant wil verlengen, moet hij een nieuwe vergunning aanvragen.

In de pijplijn

• Wet aanpak schijnconstructies
In 2014 komt er een Wet aanpak schijnconstructies. Met deze wet in de hand gaat de overheid de strijd aan met schijnconstructies op de arbeidsmarkt. Via deze constructies krijgen buitenlandse werknemers te weinig betaald en ontstaat er oneerlijke concurrentie.

• Wetsvoorstel Invoeringswet Participatiewet
Het wetsvoorstel Invoeringswet Participatiewet ligt bij de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel is onder meer de loonkostensubsidie, een tegemoetkoming in de loonkosten van arbeidsgehandicapte werknemers, verder uitgewerkt. Het is de bedoeling dat de Kamer het wetsvoorstel in het voorjaar van 2014 behandelt.

• Hervorming van het ontslagrecht
Het wetsvoorstel Werk en zekerheid ligt bij de Tweede Kamer. Per 1 juli 2015 bepaalt de reden van het ontslag voor welke ontslagroute de werkgever moet kiezen.

• Ruimere regels voor zorgverlof
Het kabinet gaat onderzoeken of en hoe de regels voor zorgverlof verruimd kunnen worden.

Bron: HR Praktijk 

Nieuwe (tijdelijke) premiekortingsregeling aannemen jongeren

2 januari 2014, Rotterdam

Werkgevers kunnen in 2014, voor het in dienst nemen van jongeren met een WW- of bijstandsuitkering, gebruikmaken van een tijdelijke premiekortingsregeling. Deze nieuwe regeling komt naast de al bestaande mogelijkheid premiekorting werknemersverzekeringen toe te passen op de doelgroepen oudere werknemers en werknemers met een arbeidshandicap.

De premiekorting bedraagt maximaal 3.500 euro per werknemer per jaar. De nieuwe maatregel treedt op 1 juli 2014 in werking en dat betekent dat de korting in 2014 ten hoogste 1.750 euro per werknemer bedraagt.

Duur premiekortingsregeling

Werkgevers kunnen de premiekortingsregeling vanaf 1 juli 2014 of vanaf de datum van indiensttreding als die na 1 juli 2014 ligt toepassen voor de duur van het dienstverband maar hooguit voor een periode van twee jaar. Omdat het kabinet vindt dat werkgevers met het in dienst nemen van werknemers niet hoeven te wachten tot 1 juli 2014, komen indiensttredingen vanaf 1 januari 2014 in aanmerking voor de premiekortingsregeling vanaf 1 juli 2014. De regeling is tijdelijk en geldt tot en met het aangiftetijdvak dat op 31 december 2017 eindigt.

Voorwaarden

1. De regeling geldt voor werknemers die op het moment van indiensttreding de leeftijd van 18 tot 27 jaar hebben en voorafgaand aan de dienstbetrekking een werkloosheids- of een bijstandsuitkering ontvingen.
2. De werknemers dienen op of na 1 januari 2014 maar vóór 1 januari 2016 in dienst te treden.
3. Er moet met de werknemers een schriftelijke arbeidsovereenkomst worden gesloten van minimaal zes maanden met een arbeidsduur van minimaal 32 uur per week.
4. De werkgever moet in zijn salarisadministratie naast de kopie van de arbeidsovereenkomst een doelgroepverklaring van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of van de gemeente en de bewaren.

Ad 4: Doelgroepverklaring
Toestemming van de Belastingdienst voor de premiekorting is niet nodig. Bij een eventuele controle van de fiscus moet de werkgever de doelgroepverklaring en de schriftelijke arbeidsovereenkomst kunnen overleggen.

Belastingplan 2014

Wat brengt de overheid ons voor 2014? Dit rapport besteedt aandacht aan de belangrijkste HR-onderwerpen uit de Miljoenennota en het belastingplan 2014. Ook behandelen wij onderwerpen die in het kader van het voeren van een arbeidsvoorwaardenbeleid en salarisadministraties erg belangrijk zijn. Download gratis.

Bron: HR Praktijk